Voordestad.amsterdam

Standpunt over Amsterdams Coalitieakkoord 2022-2026

Het standpunt van Voordestad beperkt zich tot die onderdelen uit het coalitieakkoord die direct raken aan de taakstelling van de vereniging.

Met tevredenheid constateren wij dat veel van de in de vorige coalitie gemaakte afspraken die de ontwikkeling en leefbaarheid van de stad ten goede komen worden gecontinueerd. Met name noemen we de Bibob-toetsing en de Ondermijningsbrigade, het terugdringen van de straathandel in drugs, het bestrijden van de monocultuur, het bewerkstelligen van een toegankelijke en evenwichtige woningmarkt, het weren van overlastgevend ‘sprinkhaantoerisme’, het continueren van de hotelstop, het (deel)verbod op vakantieverhuur, continuering van de Aanpak Binnenstad en het doorzetten van de Agenda Autoluw, inclusief realisering van een parkeervrije gracht.

Helaas bevat het coalitieakkoord ook initiatieven die o.i. leiden tot verslechtering van het woon- en leefklimaat. Wellicht begrijpelijk vanuit de verschuivingen in de coalitie, maar niet passend bij een respectvolle omgang met ons erfgoed en strijdig met het belang van bewoners bij een leefbare (binnen)stad. Ook missen we een aantal zaken. Beide type punten vatten we hieronder samen.

  1. Erfgoed, monumenten en beschermd stadsgezicht

Opvallend zijn de nogal open en weinig expliciete uitspraken over bescherming van ons erfgoed. Weliswaar ‘koestert’ Amsterdam haar monumentale gebouwen, toch lijkt de focus op een ‘zorgvuldige belangenafweging’ juist ruimte te impliceren voor zaken die lastig te verenigen zijn met een goede monumentenzorg (p. 31). Een verwijzing naar de bestuursopdracht ‘Erfgoed in een dynamische stad’, die primair beoogt erfgoed in te passen in nieuwe ontwikkelingen, ontbreekt ten onrechte.

Verder wordt bij de vele duurzaamheidsmaatregelen geen woord gewijd aan de problematiek van verduurzaming van monumenten.

Daar waar gepleit wordt voor vergroening van de openbare ruimte (p. 45) ontbreekt een reflectie op de status en het belang van het ‘beschermd stadsgezicht’. Veel groen is goed voor de stad en de mensen, maar niet elke plek leent zich voor elk type groen.

Bij het herstel van (historische) Kades en Bruggen dreigt noodzakelijke kostenbesparing uit te monden in minder ruimte voor het behoud van de bestaande bomen(structuur) (p. 61). Minder financiële ruimte zou juist moeten leiden tot minder rigoureuze ingrepen die, waar dat kan, uitgaan van een meer bij de historische binnenstad passende maximale belasting van kades en bruggen, waar het verkeersbeleid vervolgens op aansluit.

  1. Horeca, evenementen, nachtleven en de publieke ruimte

Amsterdam mag best bruisen, maar wel in balans met de leefbaarheidsaanspraken van de bewoners en gebruikers van de stad. Het lijkt er echter op dat de nieuwe coalitie gezocht heeft naar mogelijkheden om de horeca- en evenementenbranche op voorhand te bevoordelen en zelfs financiële douceurtjes te gunnen (waar stad en bewoners dus voor op draaien). De volgende citaten liegen er niet om.

“We zorgen voor levendige buurten en openbare ruimten door waar het zonder overlast kan de uitgebreide terrassen uit de coronatijd voort te zetten’ (p. 49)

“We geven meer ruimte aan horeca om af en toe een bandje of een dj te laten optreden (…). De vergunningsbeperking tot alleen live muziek komt te vervallen.” (p. 49)

“Voor kleinschalige evenementen worden de leges geschrapt en de vergunningsplicht omgezet in een meldplicht.” (p. 49)

“Gezien de zware tijd die de Amsterdamse evenementen hebben gehad door corona en de grote vraagstukken met betrekking tot de uitvoering, wordt het invoeren van de huur voor de openbare ruimte, die structureel in de begroting staat, geschrapt.” (p. 77)

”Bij de uitwerking van de nachtvisie kijken we daarom naar de mogelijkheden voor meer 24-uursvergunningen.” (p. 31)

Er wordt niet of nauwelijks stil gestaan bij de mogelijke effecten van deze voornemens op de leefbaarheid. En voor zover ‘overlast’ wordt genoemd, lijkt dat de enige contra-indicatie te vormen voor continuering van de ‘corona-terrassen’. Niets over de waarde van PUBLIEKE ruimte voor de mensen die daar gewoon zonder consumptiedwang willen zitten, genietend van ons erfgoed en van een fraai ingerichte openbare ruimte, waar de stoepen en pleinen vooreerst de voetgangers ter beschikking staan. Niets ook over de primaire functie van de parken voor de bewoners van de stad en de negatieve effecten van evenementen op de natuur.

Wij beschouwen de aangekondigde koerswijziging als een breuk met de inzet van de vorige coalitie op het terugdringen van de commercialisering van de openbare ruimte en als woordbreuk waar het de continuering van de (tijdelijke!) ’corona-terrassen’ betreft. Particuliere deelbelangen dreigen algemene publieke belangen te verdringen. Niet voor niets hebben wij kritisch gereflecteerd op het louter in overleg met de horecabranche tot stand gekomen concept beleidskader ‘horeca en terrassen’ en steun gegeven aan de petitie tegen continuering van de ‘corona-terrassen’.

Om het publieke belang van de openbare ruimte weer meer gewicht te geven, bereiden wij een notitie voor.

  1. Seks- en drugsindustrie

De gemeente zet onder meer in op het deels verplaatsen van de prostitutie op de Wallen naar een erotisch centrum elders in de stad, het beter spreiden van de coffeeshops en het actief frustreren van de drugshandel op straat.

Geen woord over het goed beargumenteerde initiatief van de burgemeester om de drugsproblematiek beheersbaarder te maken door toepassing van het ‘ingezetenen-criterium’. Benutting van dit wettelijke instrument draagt naar verwachting bij aan afname van het aantal buitenlandse (drugs)toeristen en daarmee van de druk op het betrokken gebied. Dat geldt in misschien nog wel sterkere mate voor het tenietdoen van de magneetfunctie van de raamprostitutie: schaars geklede vrouwen achter de ramen. Ook daar geeft de coalitie niet thuis. De huidige inzet op een erotisch centrum buiten het Wallengebied zal niet de oplossing brengen. Hooguit draagt verplaatsing van prostitutiebedrijven bij aan vermindering van het aantal ramen op de Wallen, maar daarmee verdwijnt niet de magneetfunctie.

Wij bereiden een nieuw initiatief voor om de raamprostitutie op de Wallen om te zetten in bordelen die als zodanig herkenbaar zijn voor potentiële klanten, maar geen attractiewaarde hebben voor de gemiddelde bezoeker. Het op deze wijze terugdringen van de bezoekersstromen is structureel van aard en maakt het plaatsen van toegangspoortjes overbodig.

  1. Openbare ruimte en afval

De coalitie doet een aantal zinnige voorstellen in een poging meer grip te krijgen op bestrijding van de afvaloverlast (p. 57). Twijfels hebben wij bij het plaatsen van meer afvalbakken, die mogelijk ook weer meer zooi er omheen zullen genereren.

Er moet volgens ons meer worden ingezet op bronmaatregelen; de fastfood-branche lijkt bij uitstek een sector waar meer ‘winst’ te behalen valt.

Wat wij node missen is een effectieve handhavingsaanpak. In dat kader stellen wij voor – nu de inzet van camera’s in de openbare ruimte meer en meer tot de maatschappelijk geaccepteerde instrumenten is gaan behoren – via een proef te experimenteren met camera’s op notoire dumpplekken, zodat gericht kan worden ingegrepen.

Het huidige afvalbeleid  is te sterk afhankelijk van de meldingen van bewoners. Het beleid zou meer gewicht moeten toekennen aan controle en meldingen van gemeenteambtenaren. Ooit werd het beleid samengevat als ‘vandaag gemeld morgen hersteld’. Dit is anno 2022 een absolute utopie.

Tenslotte merken wij op dat verloedering van de Amsterdamse binnenstad een halt moet worden toegeroepen. Het verlies van de Unesco werelderfgoedstatus is geen irreëel perspectief (cf. Rome). Het stadsbestuur zal dat toch niet op zijn conto willen schrijven.